Checklist veiligheid

Alvorens uw voertuig te verhuren, dient u zich ervan te vergewissen dat het rijklaar is. Verhuur uw voertuig niet als een van de volgende voorwaarden niet is vervuld.

1. Staat en spanning van de banden

Te slap opgeblazen of versleten banden beïnvloeden de wegligging van het voertuig nadelig, vergroten de remafstand en brengen risico op aquaplaning of lekke band met zich mee. - Bandenspanning

  • Hoe dikwijls?: Controleer maandelijks de bandenspanning.
  • Op welke manier? Ga naar een tankstation, uitgerust met een standaard opblaasinrichting. Schroef de dop van het ventiel los, dat als een verlengstuk uit de velg steekt; klem de drukmeter op het ventiel en lees de spanning van elke band af. Als die overeenkomt met de aanbevelingen van de constructeur (meestal aangebracht aan de binnenkant van het bestuurdersportier, of vermeld in het onderhoudsboekje), dan is het oké. Zoniet, pomp dan lucht bij, zonder evenwel de maximumdruk te overschrijden (aangegeven op de zijkant van de band).
  • Opmerking: Check de banden in koude toestand, anders de aangeraden bandenspanning met 0,3 bar vermeerderen. Opgelet, de aanbevolen bandenspanning kan verschillend zijn voor de voor- en achterbanden. Als uw voertuig uitgerust is met een reserveband of een noodband, vergeet dan ook niet deze te controleren. Neem eventueel een snelrepair-spuitbus mee om een lekke band tijdelijk te verhelpen.

image

  • Staat van de banden

    • Levensduur: De gemiddelde levensduur van een band bedraagt ongeveer 30.000 km, evenwel afhankelijk van hoe u uw wagen gebruikt.
    • Hoe de toestand van uw banden nagaan? Begin met de algemene uiterlijke staat te controleren (beschadigingen, inkervingen, binnengedrongen voorwerpen, enz.). Meet dan de graad van slijtage aan de hand van de sleetindicaties. Die vindt u via een driehoek, het merklogo of de Tread Wear Indicator (TWI), de bandenslijtage-indicator in de hoofdgroef. Het betreft kleine verhevenheden die in deze groef zijn opgenomen. Eens het inslijten het niveau van deze rubberdopjes heeft bereikt, is de band aan vervanging toe. De groefdiepte dient minstens 1,6 mm te bedragen. U moet de vier banden checken, want soms zijn de achterbanden minder uitgesleten dan de voorbanden. Indien er onderling verschillende sleet is vooraan, controleer dan de uitlijning. Hetzelfde voor de banden achteraan.

image

(de graad van sleet bepalen)

2. Schokdempers

Schokdempers waarborgen de stabiliteit van het voertuig en compenseren fouten in het wegdek. Versleten schokdempers vergroten de remafstand.

Hoe dikwijls?: Inspecteer ze visueel elke 20 000 à 30 000 km, en indien u vloeistofsporen opmerkt.

3. Verlichting en signalisatie

  • Na te kijken: dimlichten, grootlichten, standlichten, mistlichten, stoplichten (vraag hierbij hulp), richtingaanwijzers, waarschuwingssignalisatie, dashboard en verlichting nummerplaat. Check eveneens de afstelling van uw grootlichten: plaats uw wagen op 10 m van een muur en ga na of de lichtstraal correct is afgesteld.
  • Opmerking: het is quasi onmogelijk om na te gaan wanneer een lamp is versleten. Zorg daarom altijd voor een doosje met reservelampen en zekeringen. Het is aanbevolen om lampen per paar te vervangen, om verschillen in lichtsterkte tussen beide te vermijden.

4. Remsysteem

Het remsysteem omvat verschillende te controleren onderdelen: de remplaatjes en de remschijf. Indien u een van de volgende symptomen waarneemt, dient u uw remsysteem onmiddellijk te laten nakijken: uw wagen trekt naar links of naar rechts als u remt, het rempedaal is te stram of, andersom, te zacht indrukbaar, uw remmen piepen, uw stuur trilt als u remt.

  • Remschijven

    • De remschijf is een onderdeel dat het wiel doet vertragen en dus het voertuig doet stoppen.
    • Ongeveer elke 40 000 km controleren.
    • Vervang onmiddellijk de remschijven indien u iets onregelmatigs opmerkt (bekrast, gebarsten, gebroken schijven,...), of indien de minimumdikte door sleet is bereikt (raadpleeg het onderhoudsboekje van de wagen).
    • Opgelet: indien u de remschijven vervangt, dient u ook de remplaatjes te vervangen.
  • Remplaatjes

    • Ongeveer elke 20.000 km controleren. Remplaatjes slijten sneller en dienen dus sneller te worden vervangen dan remschijven.
    • Wanneer het waarschuwingslampje van het dashboard (zie hieronder) oplicht, betekent dit dat de remplaatjes versleten zijn. Bij wagens die zo'n waarschuwingssysteem niet hebben, moet u regelmatig de dikte van de remplaatjes controleren. Indien deze minder dan 3 mm bedraagt, moet u ze sowieso vervangen.
    • Het peil van de remvloeistof is eveneens een goede aanwijzing voor de slijtagegraad van de remplaatjes: hoe sterker de plaatjes afgesleten, hoe lager het niveau van de remvloeistof.

image

(tekenen van sleet en peil remvloeistof)

5. Ook nog na te kijken...

  • Onderhoud dat voorgeschreven is door de fabrikant, zoals vervanging van de aandrijfriem.
  • Staat van de voorruit: herstellen bij inslag, vervangen bij breuk.
  • Het peil van de remvloeistof, de koelvloeistof, motorolie, ruitenwisser en stuurbekrachtiging.
  • Staat van de ruitenwissers: mogen geen watersporen nalaten, tweemaal per jaar te vervangen.
  • Staat en bevestiging van de achteruitkijkspiegel.
  • Goede werking van de claxon.
  • Aanwezigheid van een reservewiel of een snelrepair-spuitbus, een gevarendriehoek en een fluo-vestje: deze zijn verplicht.

Bij twijfel over de betrouwbaarheid van uw voertuig dient u huuraanvragen te weigeren.

Was dit artikel nuttig?